login

Robotisering; van angst naar actie

Er is geen oproep tot angst voor robotisering en digitalisering nodig. Dit leidt af van wat er werkelijk aan de hand is. We moeten niet langer wachten: de uiterste houdbaarheidsdatum van het huidige leer-werkmodel komt dichterbij.

Framing

Robotisering en digitalisering worden geframed als een ernstige bedreiging voor de werkgelegenheid. Dat is opmerkelijk: innovatie is van alle tijden. Verandering is al eeuwenlang een bepalende factor in de relatie tussen mens en werk. Bovendien heeft elke voorgaande industriële revolutie alleen maar méér werk opgeleverd.

Weerstand tegen het nieuwe is menselijk. Bij verandering hebben we de neiging om vast te houden aan het bekende. Een bekend voorbeeld is de angst voor de stoomlocomotief eind 19de eeuw. Of denk aan het mobieltje. Een overbodig gadget, was de overheersende opinie begin jaren ’90. Je was via de telefoon thuis toch al prima bereikbaar?

Menselijk is ook ons aanpassingsvermogen. We kunnen ons nu amper nog een leven voorstellen zonder smartphone. Sterker nog, de smartphone heeft een heel nieuwe industrie gecreëerd. Zo gaat het met de meeste nieuwe ontwikkelingen. Bij verandering hoort kortom geen oproep tot angst, maar een hernieuwde visie op onze structuur van opleiden en werken.

Wat is er aan de hand?

Technologische ontwikkelingen gaan steeds sneller. ‘Internet of things’, mondiale productieketens en disruptieve innovaties leveren niet alleen nieuwe producten en diensten op, maar hebben ook invloed op bestaande productiemethoden, werkprocessen en daarmee op de inhoud van banen. De aard van het werk evolueert steeds sneller. Banen waar nu nog voor wordt opgeleid, bestaan straks niet meer.

Een leven lang ontwikkelen is noodzakelijk om een leven lang mee te kunnen doen op de arbeidsmarkt. De oude structuur van eerst naar school, dan werken en uiteindelijk met pensioen is verdwenen. Het is niet meer éérst leren en dan werken, maar zoveel mogelijk gelijktijdig leren én werken. Het wordt normaal om vanuit je kwaliteiten steeds nieuwe kennis en vaardigheden op te doen voor een volgende loopbaanstap. Waarbij je nieuwe technologieën omarmt. Dit is in ons huidige systeem niet mogelijk. Eerst moet je tot een doelgroep horen, pas dan is er een mogelijke geldstroom.

Wat is de oplossing?

Hoe zorg je ervoor dat je als Nederlandse samenleving en bedrijfsleven klaar bent voor deze veranderingen? Daarvoor is een systeem nodig dat deze continue beweging ondersteunt.

1. De school als logistiek knooppunt van ontwikkeling: niet een school die focust op diplomarendement en zonder overleg met stakeholders bepaalt of techniek in het curriculum past, maar een school die in direct contact staat met het bedrijfsleven en een leven lang leren ondersteunt. Deels digitaal, deels via direct contact, deels op locatie bij bedrijven.
2. Een systeem dat bij bijvoorbeeld werkloosheid niet langer is ingericht op controle van de uitkering, maar zich richt op een snelle transitie van oude kennis en ervaring naar nieuwe competenties, via bijvoorbeeld stages, vrijwilligerswerk of scholing.
3. De regio vormt hierbij een ecosysteem, waar het arbeidspotentieel steeds actief wordt ondersteund in de transitie naar nieuw werk. In een ecosysteem werken de instituties niet intern gericht, maar dragen in samenhang vanuit hun eigen unieke toegevoegde waarde bij om mensen zo snel en efficiënt mogelijk met de juiste competenties beschikbaar te hebben en te houden voor de arbeidsmarkt.

Bij verandering past geen angst, maar actie. Actie om belemmerende wet- en regelgeving weg te werken. Op beleid dat zich niet richt op doelgroepen, maar op het organiseren van een functionerend ecosysteem in de regio, waar de overheid het schoolsysteem en UWV transformeert tot instituties die, in nauwe samenwerking met het bedrijfsleven, optimaal het verdienvermogen van Nederland ondersteunen.

Nieuwe principes van organiseren

Het nieuwe ecosysteem is gebaseerd op drie principes: Toegankelijkheid, Wederkerigheid, Verwevenheid.

Toegankelijkheid: niet meedoen, niet aangesloten zijn op de parallelle digitale wereld is de nieuwe vorm van armoede. Dus in plaats van doelgroepen ondersteunen met geldstromen, draag je zorg voor de toegang van allen op het systeem van continue ontwikkelen en kwalificeren. Toegankelijkheid tot onderwijs als een noodzakelijke nutsvoorziening.

Wederkerigheid: in een samenleving waarin steeds meer eigen verantwoordelijkheid wordt gevraagd past geen afhankelijkheid, maar wederkerigheid. Bij het ontvangen van bekostiging van scholing hoort ofwel terugbetaling van kosten of een tegenprestatie om het geleerde in te zetten voor de samenleving. Door het economisch principe ten dele te vervangen door wederkerigheid, geven we de term samenleving een nieuwe lading.

Verwevenheid: alles is steeds meer met elkaar verweven, mondiaal en regionaal. Instituties dragen, in verbinding met anderen, allemaal bij aan de samenleving. Het gaat om het bewust zijn van de eigen unieke toegevoegde waarde die je als instituut levert aan bijvoorbeeld het regionale ecosysteem. Leren en werken, scholen, universiteiten en bedrijven zullen steeds meer multidisciplinair gaan functioneren. Als leerlocatie het bedrijf, de school als logistieke organisator van het ontwikkelen.

De uitdaging

Onze huidige maatschappelijke inrichting op werken en leren functioneert onvoldoende. Als we de beknellende structuur en regelgeving niet aanpakken, krijgen we steeds meer doelgroepen die buiten de samenleving staan. De uitdaging is om met elkaar te definiëren hoe een maatschappelijke structuur eruitziet, die ondersteunend is aan een dynamische arbeidsmarkt. Hoe ondersteunen we de beroepsbevolking optimaal nu continue verandering de tijdgeest bepaalt? Hoe vergroten we de kans van de inwoners van Nederland op een leven lang meedraaien in het arbeidsproces? En hoe maken en houden we dit toegankelijk voor iedereen?

Er is geen oproep tot angst voor robotisering en digitalisering nodig. Dit leidt af van wat er werkelijk aan de hand is. We moeten niet langer wachten: de uiterste houdbaarheidsdatum van het huidige leer-werkmodel komt dichterbij. Van aparte instituties naar een systeem dat gebaseerd op toegankelijkheid, wederkerigheid en verwevenheid de verdiencapaciteit van werkenden optimaal ondersteunt.

Saskia Görtz, directeur A+O Metalektro