Column: Mensenmens in quarantaine

8 mei 2020

Het is inmiddels kwart over vijf. Met het regioteam hebben we ons wekelijkse bijpraatmoment in Teams. Een lolletje en serieuze zaken wisselen elkaar af. Ik wil nog een ‘foute’ grap maken over een cadeautje dat onze manager ons per post stuurde, maar die slik ik net op tijd in. In plaats daarvan hoor ik mezelf zeggen: ‘Zullen we ‘m afronden voor vandaag?’ De laatste vergadering van die dag en ik ben moe. Of, moe … totaal uitgeput! Vrijwel de hele dag heb ik in Zoom en Teams doorgebracht. Een type werkdag waarvan ik twee maanden geleden nog niet wist dat die bestond. De mensen die me normaal gesproken zoveel energie geven, zijn veranderd in een rijtje hoofden waar ik doorheen kan scrollen, netjes onder elkaar. Ik kan die Teams-hoofden eigenlijk niet meer zien.

Die ochtend breng ik een online ‘bedrijfsbezoek’. De HR-manager vertelt me dat ze het maar lastig vindt, werken vanuit huis in deze tijd: ‘Ik snak naar contact, écht contact! Dit is niet waarvoor ik voor het HR-vak heb gekozen.’ Ik begrijp precies wat ze bedoelt. Ook mijn werk speelt zich al weken af op dezelfde zes vierkante meter. Ik rond mijn “bezoek” netjes binnen het geplande uur af. Dat geeft me midden op de dag een half uur, voordat de volgende online meeting start.

“En dan begint het te knagen”

Een half uur ligt er dus voor me open. Ik twijfel: mijn smartwatch heeft al een paar keer dreigend gepiept en meldt: beweeg! En daar ben ik zó aan toe. Ik voel me inmiddels vergroeid met mijn stoel, uren spendeer ik binnen en alleen. De laptop als venster naar de buitenwereld. Ik trek mijn schoenen aan en loop naar buiten. Die paar telefoontjes doe ik wel wandelend, zo heb ik bedacht. De wind is venijnig en maakt mij onverstaanbaar aan de telefoon. Wat zal ik doen? Terugkeren? Ik besluit door te wandelen en de telefoontjes voor die dag maar te laten voor wat ze zijn. Morgen weer een dag. En dan begint het te knagen. Een onbestemd gevoel in mijn buik. Ik ben immers niet productief, zo midden op de dag? Ik zie mensen lummelen in het gras, genieten van het zonnetje, en waarom ook niet? Ik ga de confrontatie aan met mijn interne criticus. Doorgaans ben ik op weinig ledigheid te betrappen, wat maakt dan dat het arbeidsethos nu zo aan me knaagt? Van wie zoek ik bevestiging? En ligt die bevestiging buiten mezelf?

In deze periode hoor ik vaak dat we overgaan naar een nieuwe digitale realiteit. Bewezen is dat veel werk prima vanuit huis kan; files lijken ineens totale onzin. HR-functionarissen vertellen me dat ze bij het invoeren van thuiswerken nu razendsnel slagen maken, die anders intern nog flink bevochten hadden moeten worden. En dus veel langer op zich zouden hebben laten wachten.

“Voor iedere unieke medewerker bestaat een optimale mix tussen online en live werken”

Afgelopen woensdag bood premier Rutte ons een stip op de horizon. Hoera, we gaan ‘van het slot’, juichte ik. Ondertussen blijft thuiswerken nog wel flink wat maanden de norm. Hoe geef je dat vorm als HR-functionaris? Mijn pleidooi: laten we de digitale wereld alsjeblieft als complementair zien en niet als complete vervanging. Ga erover met elkaar in gesprek! Wat heeft een medewerker nodig? Bevalt het thuiswerken en je af en toe geconcentreerd afzonderen? Of heb je juist veel persoonlijke interactie nodig om te floreren? Voor iedere unieke medewerker is er een optimale mix. Laten we herijken wat we kunnen meenemen naar onze nieuwe ‘intelligente’ werk-werkelijkheid.

Persoonlijk ben ik een mensenmens. Ik snak ernaar weer mensen te zien, echt contact te hebben. Contact waarbij ik kan letten op non-verbale communicatie. En ik snak ernaar dat ik die foute grap gewoon weer durf te maken. Wat die grap was? Die vertel ik je nog wel eens live, met een hele dikke knipoog!

Marloes Jonkman
Regiomanager Zuidwest-Nederland