Saskia columnDuurzame inzetbaarheid is hot. Door technologisering, digitalisering, mondialisering en de exponentiële veranderingen die dit met zich meebrengt in de maatschappij veranderen werk, werkvormen en ook de relatie werkgever- werknemer in een rap tempo.

Leeftijdsgeneraties hebben zichtbaar andere kenmerken. Vroeger ontwikkelde je je in je werkzame leven van stagiair, naar junior, vervolgens medior en daarna senior. De beste vakman was de oudere; ervaring kwam met de jaren. Daarmee was er een heldere generatieverdeling. Nog niet zo lang geleden werd je opgeleid voor een beroep, dat daarna daadwerkelijk te vinden was op de arbeidsmarkt. We leven nu in een tijd dat de traagheid van het opleidingssysteem niet meer past bij de dynamiek van de beroepenmarkt. In deze sterk veranderende samenleving kan een jongere dus heel goed de baas, de opdrachtgever of de beste vakman zijn. Beroepen en daarmee beroepskennis ontwikkelen snel. Beroepen ontwikkelen zich en verdwijnen weer.

In deze dynamiek is het voor de ouder wordende werknemer noodzakelijk om aangehaakt te blijven aan de arbeidsmarkt. De uitdaging is om ‘duurzaam inzetbaar’ te blijven. Om structuur te brengen in dit containerbegrip wil ik een cirkel met 3 vakken introduceren. De drie vakken zijn: de fysieke dimensie, de mentale dimensie en de zingevende dimensie.

De fysieke dimensie gaat over roosters, het bioritme, het leef- en eetpatroon. De mentale dimensie over de kennis, gedrag en vaardigheden die nodig zijn om het beroep uit te oefenen. De spirituele dimensie gaat over zingeving; doet het er toe wat ik doe, heb ik een bijdrage.

De zingevende dimensie is de laatste jaren enorm in opkomst en echt een trend. Zo maakte een onderdeel van Akzo Nobel eerst verf. Nu heet het Adding colour to peoples lives; door over de hele wereld kleur te geven aan achterstandswijken, aan scholen, ziekenhuizen en cultureel erfgoed. Op een vergelijkbare manier streeft Philips ernaar middels innovaties de wereld gezonder en duurzamer te maken. ‘Ons doel is om in 2025 de levens van 3 miljard mensen te hebben verbeterd’.
Deze dimensie gaat over het besef dat de eigen toegevoegde waarde bijdraagt aan een ambitie die groter is dan de persoonlijke handeling op het werk.

Van oudsher wordt het onderwerp duurzaam inzetbaar hiërarchisch aangevlogen. Dat past hier niet meer bij. De baas, de manager en de leidinggevende spreken de medewerker aan op gedrag, kennis of andere aspecten die ontwikkeling of verbetering behoeven. P&O kocht instrumenten in om het roken af te leren, het kantinevoedsel frituurvetvrij te maken.
Ik ben er echter van overtuigd dat het vertrekpunt van werken aan duurzaamheid fundamentele gelijkwaardigheid zou moeten zijn. Managers, leidinggevenden en medewerkers zijn in de eerste plaats mensen. Mensen met mogelijk zelfs dezelfde drijfveren, waarden en behoeften. Maar ook mensen die een vergelijkbare tocht door het leven maken, met alle ups en downs. Het is een utopie te denken dat een hiërarchisch hoger geplaatste beter om kan gaan met uitdagingen van het leven en toch richten we zo onze gesprekscyclus in als het om duurzaam inzetbaar gaat. Wordt er minder gerookt en gedronken in de bestuurskamer, wordt daar gezonder gegeten? Is daar veel minder stress dan op de werkvloer? Meer persoonlijke balans? Ik waag het te betwijfelen.

De uitdaging in iedere onderneming is om het gesprek op alle drie de dimensies aan te gaan vanuit fundamentele gelijkwaardigheid tussen individuen. Het effect zal zijn inspiratie. Inspiratie om elkaar op alle 3 de vlakken te stimuleren die moeilijke weg van ontwikkeling aan te gaan. Een leven lang mee kunnen blijven doen, fysiek en mentaal fit, aangehaakt blijven op een snel ontwikkelende samenleving vragen dat we elkaar stimuleren die moeite te blijven doen.
En dat is voor niemand van ons gemakkelijk.

Saskia C. Görtz, directeur A+O

Saskia Görtz
A+O contactpersoon
Ter inspiratie / alle berichten