Direct naar inhoud

Tekort aan verspaners? In Oost-Nederland doen ze er iets aan!

23 april 2026
leestijd: 5 minuten

Bedrijven die CNC-verspaners hard nodig hebben. Maar tegelijkertijd is er een terugloop van vmbo-leerlingen die kiezen voor verspaning. Om oplossingen te vinden voor dit serieuze probleem, staken opleiders en bedrijven in Oost-Nederland op 5 maart de koppen bij elkaar. En dat had resultaat!

“Het begon met een telefoontje van SMEOT in Hengelo, de mbo-vakschool voor metaal, mechatronica en verspaning”, vertelt A+O-regiomanager Rob Nijhof. “Ze luidden de noodklok omdat vorig jaar maar zes bbl-leerlingen zich hadden aangemeld voor de opleiding CNC-verspaning. Terwijl de bedrijven in onze regio verspaners juist hard nodig hebben.”

Opleiders en bedrijven in gesprek

Albert Meeuwissen – directeur bij SMEOT

“Samen met mijn collega Diana Agterbos van opleidingsfonds OOM zijn we in gesprek gegaan met SMEOT, vmbo-scholen en twintig bedrijven. Om te kijken hoe we dit konden oplossen”, vervolgt hij. “Tijdens die gesprekken werd duidelijk dat iedereen welwillend was, maar dat de samenwerking tussen de scholen en de bedrijven ontbrak.” Daarom werd op 5 maart door A+O en OOM een bijeenkomst georganiseerd bij SMEOT. “We hebben vmbo- en mbo-docenten, praktijkopleiders en HR-professionals uit het bedrijfsleven bij elkaar gehaald om te kijken hoe we de instroom van verspaners kunnen vergroten.”

PIE als breed profiel

Ard Bakvis, coördinator Praktijkleren en Recruitment bij VDL ETG Almelo was een van de deelnemers. “Ik was blij met deze bijeenkomst. De juiste mensen waren aanwezig en alle pijnpunten werden besproken. Ik had het gevoel: hier gebeurt wat, hier kunnen we mee verder.” Ook Erwin Geerdink, docent Produceren, Installeren en Energie (PIE) hield een positief gevoel over aan de bijeenkomst. “Vanuit de scholen werd uitgelegd waar wij als docenten tegenaan lopen. De huidige profielen in het vmbo, waaronder PIE, zijn er sinds de invoering van de beroepsgerichte profielen en keuzevakken in 2016. Deze veranderingen zijn gericht op het bieden van meer keuze. Dit zorgt echter ook voor een verbreding en niet voor de benodigde verdieping. Daarbij komt nog het teruglopende aantal leerlingen in het vmbo, en dus ook in de techniek, waardoor het moeilijk is om de techniek met alle diepgang te behouden.”

Intensieve begeleiding nodig

Het gevolg is dat in de opleiding maar een klein deel voor verspaning is ingeruimd, vertelt A+O-regiomanager Nijhof. “En soms wordt het helemaal overgeslagen. Want verspaning vraagt intensieve begeleiding aan een draaibank en die tijd is er niet. En het is heel simpel: wat je niet kent, kies je als leerling niet.” Daar komt bij dat docenten hun eigen specialisatie hebben, vult vmbo-docent Geerdink aan. “Ik heb een achtergrond in de elektrotechniek, verspaning is niet mijn expertise.”

“Het is heel simpel: wat een leerling niet kent, kiest hij niet”

Tijd voor actie

“Ik was behoorlijk kritisch op de scholen”, vertelt Kevin van de Worp, die verspaner en praktijkopleider bij VDL is. “Maar het was goed om het verhaal van de vmbo-docenten te horen tijdens de bijeenkomst bij SMEOT. Ik begrijp nu waarom de leerlingen met weinig ervaring met verspaning van de opleiding afkomen. Dat was in mijn tijd echt anders, dan had je veel meer ervaring.” Zijn VDL-collega Ard Bakvis denkt dat het noodzakelijk is dat bedrijven in de regio in actie komen. “Als VDL groeien we hard en tegelijk gaan veel oudere collega’s de komende jaren met pensioen. Dus hebben we nieuwe aanwas hard nodig. Zij-instromers, maar ook jongeren met een reguliere mbo-opleiding.”

Werknemers die lessen geven

“Tijdens de SMEOT-bijeenkomst is het idee van hybride docentschap ontstaan”, vertelt A+O-regiomanager Nijhof. “Dat betekent dat werknemers van de bedrijven lessen gaan verzorgen op het vmbo, om daarmee de PIE-docent te ondersteunen. In overleg met alle partijen zijn we nu aan het kijken welke vorm dat moet krijgen.” Als het aan Ard Bakvis van VDL ligt, begint die ondersteuning in het derde leerjaar van het vmbo. “Onze mensen zouden daar lessen verspaning kunnen verzorgen en dat zou je door kunnen trekken naar het vierde jaar.”

Skelter maken bij de bedrijven

Voor dat vierde jaar zou dan een aantrekkelijke opdracht voor een keuzevak kunnen worden bedacht, suggereert vmbo-docent Geerdink. “Je zou leerlingen bijvoorbeeld onderdelen voor een skelter kunnen laten maken bij verschillende bedrijven, zodat ze ook kennis maken met die bedrijven. Bij VDL zouden ze bijvoorbeeld een tandwiel kunnen frezen. Je zou dat keuzevak dan kunnen afsluiten met een skelterwedstrijd!”

“We moeten echt investeren in de toekomst van het vak verspanen”, besluit VDL-praktijkopleider Van de Worp. “We leiden leerlingen op om de VDL-vakmensen te worden die we zo hard nodig hebben. Maar we weten dat dan een deel zal uitvloeien naar andere werkgevers in de regio en dat is natuurlijk ook prima.” En daar is A+O-regiomanager Nijhof het hartgrondig mee eens. “Er is veel belangstelling uit de rest van het land voor de samenwerking die hier is ontstaan. Waarom kopiëren we deze aanpak niet naar andere regio’s? Want je triggert leerlingen alleen met aantrekkelijk praktijkonderwijs. En daar hebben de PIE-docenten de steun van het bedrijfsleven voor nodig.”

Samen zorgen voor instroom

Speelt dit in jouw regio ook en wil je meer samenwerken met het praktijkonderwijs? Neem dan contact op met je regiomanager. Die kan helpen om scholen, vakscholen en bedrijven bij elkaar te brengen om samen voor meer instroom te zorgen.

A+O contactpersoon

Rob Nijhof
Regiomanager Oost-Nederland

Blijf op de hoogte!

Meld je aan voor onze nieuwsbrief en ontvang als eerste nieuws over de sector.

Nieuws

Ter inspiratie / alle berichten