Henk VolberdaAl jarenlang geldt hij als een autoriteit op het gebied van technologische en sociale innovatie: professor Henk Volberda. Sociale innovatie en technologische innovatie zijn volgens Volberda onlosmakelijk met elkaar verbonden. “Investeren in je personeel en in nieuwe manieren van werken en samenwerken is noodzakelijk als je als bedrijf wilt overleven. Met alleen technologische innovatie red je het niet.”

“Waarom is investeren in sociale innovatie wezenlijk? Omdat anders technologische innovaties minder renderen, je bedrijf daarmee dus onderpresteert en je mogelijk de concurrentieslag verliest.” Het zijn duidelijke woorden van professor Henk Volberda, verbonden aan de Rotterdam School of Management van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Human factor belangrijk

Volberda: “Bij technologische innovatie gaat het om het ontwikkelen van nieuwe producten of diensten, door investeren in ICT en R&D. Bij sociale innovatie gaat het om nieuwe manieren van managen, organiseren, werken en samenwerken. Om nieuwe producten die voortkomen uit technologische innovatie op een goede manier te kunnen uitrollen en vercommercialiseren, is sociale innovatie nodig. Investeringen in technologische innovatie renderen dus alleen als het gepaard gaat met sociale innovatie.” Innovatiesucces wordt voor 25% bepaald door investeringen in technologische innovatie en voor maar liefst 75% door sociale innovatie, zo onderstreept Volberda. “Hogere investeringen in R&D en ICT leiden niet automatisch tot meer nieuwe producten en diensten. De human factor is ongelofelijk belangrijk. Veel bedrijven laten rendement liggen, omdat er te weinig aandacht is voor sociale innovatie.” Volberda geeft het voorbeeld van de Rabobank. Daar werken alle lokale banken met hetzelfde ICT-systeem. Toch bleek de ene vestiging veel innovatiever dan de andere. “De succesvolle vestigingen bleken plat georganiseerd te zijn, deden aan taakroulatie en hadden sterke sociale netwerken. Dat maakt dus het verschil.”

“In cao’s staan nog te weinig afspraken die gericht zijn op sociale innovatie”

Win-win-situatie

Onderzoek bevestigt dat ook, zegt Volberda. “Bij bedrijven die eenzijdig inzetten op technologische innovaties – bijvoorbeeld robotisering, Internet of Things, 3D-printing, Big Data – vindt een arbeidsuitstoot plaats van 5,8%. Bij bedrijven die alleen inzetten op sociale innovatie in de vorm van flexibel organiseren, zelfmanagement, slimmer werken en co-creatie met klanten, leveranciers en kennisinstellingen treedt een arbeidsuitstoot op van 0.7%. Bedrijven die echter tegelijkertijd investeren in zowel nieuwe technologieën als menselijk kapitaal en nieuwe manieren van managen en organiseren, realiseren daarentegen een arbeidsgroei van 8,3%. Dat is dus een win-win-situatie.”

Volberda stelt daarom dat het Topsectorenbeleid – dat door het kabinet is opgezet om innovatie aan te zwengelen – niet alleen gericht moet zijn op fiscale stimulering van technologische innovaties (WBSO, R&D aftrek, Innovatiebox), maar ook op stimulering van sociale innovatie. “Dat kan bijvoorbeeld door het fiscaal stimuleren van investeringen in menselijk kapitaal bij bedrijven en het fiscaal stimuleren van samenwerkingsrelaties van bedrijven met kennisinstellingen. Ook het vergroten van de verspreiding van platte en flexibele organisatievormen door het ter beschikking stellen van online diagnose- instrumenten voor ondernemers, of het creëren van online leermodules voor innovatief leiderschap zullen sociale innovatie stimuleren.”

Talent onbenut

Dat is eens te meer noodzakelijk, omdat uit de Erasmus Concurrentie en Innovatie Monitor blijkt dat bedrijven minder in sociale innovatie zijn gaan investeren. Volberda: “Je ziet dat de investeringen in technologische innovatie, na jaren van daling, in de periode 2013-2014 met 1% van de omzet weer zijn gestegen. Gemiddeld wordt nu 4,2% van de omzet geïnvesteerd in R&D. Daarentegen zijn bedrijven in diezelfde periode 8% minder actief geworden met sociale innovatie. En dat terwijl de investeringen in sociale innovatie in de jaren daarvoor juist in de lift zaten.” Volberda noemt deze ontwikkelingen een mogelijke bedreiging voor de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven. “Juist omdat sociale innovatie dus noodzakelijk is om technologische innovaties om te zetten in succesvolle product- en diensteninnovaties.”

Ook in de maakindustrie blijft volgens Volberda nog veel menselijk talent onbenut. “De gerichtheid op kostenverlaging en vergroting van de efficiency is in veel bedrijven doorgeslagen. Er zal veel meer aandacht moeten zijn voor innovatieve businessmodellen, waarin ook sociale innovatie een plek heeft.” Vooral ook voor de hightech-bedrijven is dat essentieel, meent Volberda. “In die sector is sprake van hyperconcurrrentie. Eén innovatie van een concurrent kan alles op zijn kop zetten. Innovatie kan dan niet meer alleen van bovenaf komen, want dan leg je het af tegen je concurrenten. Innovaties zullen dus vooral ook van onderop, van de medewerkers, moeten komen.”

Gedeelde verantwoordelijkheid

En dus is het volgens Volberda voor bedrijven noodzakelijk om te investeren in de opleiding, vaardigheden en inzetbaarheid van de eigen werknemers. Maar ook om te komen tot andere vormen van leiderschap, waarbij hiërarchische organisaties worden omgevormd tot platte organisaties. Bedrijven zullen ook een open houding moeten hebben om co-creatie met klanten en leveranciers én samenwerking met kennisinstellingen te realiseren. Maar als bedrijven besluiten te investeren in sociale innovatie, zullen ze wel oog moeten hebben voor mogelijke valkuilen, meent Volberda. “De belangrijkste valkuil is dat bedrijven sociale innovatie te weinig tijd geven. Je kunt niet na een paar maanden zeggen ‘het werkt niet’. Misschien kost het in eerste instantie ook wel geld. Er is dus een lange termijn oriëntatie nodig.” Een tweede valkuil is onvoldoende betrokkenheid van management en personeel. “Het management moet er echt in geloven, want anders werkt het niet. En het management moet je geen dingen opleggen, maar vooral aan medewerkers vragen wat ze zélf anders zouden doen. Sociale innovatie vraagt een gedeelde verantwoordelijkheid van werkgever én werknemer.”

“Met alleen technologische innovatie red je het niet.”

Voor de O&O-fondsen ziet Volberda in de komende jaren een belangrijke taak weggelegd. “De opleidingsbehoefte is naar mijn inschatting enorm. Maar in cao’s staan nog te weinig afspraken die gericht zijn op sociale innovatie. En ook bij werkgevers staat sociale innovatie nog onvoldoende op het netvlies. De O&O-fondsen zullen zich nog meer moeten profileren op het gebied van sociale innovatie. Dat is broodnodig voor het toekomstig concurrentievermogen van ons bedrijfsleven. En, niet te vergeten, het zal ervoor zorgen dat werknemers met meer plezier hun werk zullen doen.”

Meer informatie

Prof. dr. Henk Volberda, Rotterdam School of Management, Erasmus Universiteit Rotterdam, tel. 010-40 82 761 of per e-mail: hvolberda@rsm.nl

Ter inspiratie / alle berichten